United Kingdom Flag
Alexander Bernhardt Publishing Company - UK
Alexander Bernhardt Publishing Company - UK
Alexander Bernhardt Publishing Company - UK
Alexander Bernhardt Publishing Company - UK
Alexander Bernhardt Publishing Company - UK
Alexander Bernhardt Publishing Company - UK
Alexander Bernhardt Publishing Company - UK
Alexander Bernhardt Publishing Company - UK
Alexander Bernhardt Publishing Company - UK
Alexander Bernhardt Publishing Company - UK
Alexander Bernhardt Publishing Company - UK
Alexander Bernhardt Publishing Company - UK
Alexander Bernhardt Publishing Company - UK
Alexander Bernhardt Publishing Company - UK
Alexander Bernhardt Publishing Company - UK
The Ten Commandments of God, The Lord's Prayer

DE TIEN GEBODEN VAN GOD
HET ONZE VADER


aan de mensen uitgelegd door Abd-ru-shin

IK BEN DE HEER, UW GOD! GIJ ZULT NAAST MIJ GEEN ANDERE GODEN HEBBEN

Wie deze woorden juist kan lezen, zal daarin al wel het vonnis zien van velen, die geen acht slaan op dit voornaamste van alle geboden.


«Gij zult geen andere goden hebben!»


Menigeen stelt zich bij deze woorden veel te weinig voor. Hij heeft het zich te gemakkelijk gemaakt! Bij afgodendienaren denkt hij in de eerste plaats wel alleen aan die mensen, die voor een reeks houten beelden knielen, waarvan elk afzonderlijk een bepaalde god voorstelt, denkt wellicht ook aan aanbidders van de duivel en dergelijke afgedwaalden, voor wie hij hoogstens een medelijdende gedachte heeft, maar aan zichzelf denkt hij daarbij niet.


Kijkt maar eens rustig naar uzelf en onderzoekt of u wellicht niet toch daartoe behoort!


De een heeft een kind, dat hem werkelijk boven alles gaat, waarvoor hij elk offer zou kunnen brengen, waarvoor hij al het andere vergeet. De ander stelt aards genot hoog boven alles, zou ook tenslotte met de beste wil zelfs niet in staat zijn, dit genot voor wat ook op te geven, wanneer hem een dergelijke eis werd gesteld, die hem de vrije beslissing liet. Weer een derde houdt van geld, een vierde van macht, een vijfde van een vrouw, nog een ander van aardse onderscheiding en in dit alles houden zij allen tenslotte alleen maar ... van zichzelf!


Dat is afgodendienst in de waarste zin van het woord. Daarvoor waarschuwt het eerste gebod, verbiedt het! En wee degene, die het niet letterlijk opvolgt!


Deze overtreding wreekt zich onmiddellijk door het feit, dat zo iemand steeds aan de aarde gebonden moet blijven, wanneer hij overgaat naar het fijnstoffelijke rijk. In werkelijkheid heeft hij zich echter slechts zelf aan de aarde gebonden door de hang naar iets, dat op aarde is! Hij wordt daardoor van een verder omhoogstijgen afgehouden, verliest de hem daarvoor toegestane tijd en loopt gevaar, niet te rechter tijd uit het fijnstoffelijke rijk weg te komen door een opstanding daaruit naar het lichte rijk van de vrije geesten.


Dan wordt hij meegesleurd in de onvermijdelijke ontbinding van al het stoffelijke, die tot reiniging dient voor de opstanding daarvan en het opnieuw vormen daarvan. Dat is echter voor de mensenziel de geestelijke dood van al het persoonlijk bewust-geworden-zijn en daarmee ook vernietiging van haar vorm, evenals van haar naam, voor alle eeuwigheid!


Tegen dit vreselijke moet het opvolgen van het gebod beschermen! Het is het voornaamste gebod, omdat het voor de mens ook het meest nodige is! Hij neigt er helaas veel te gemakkelijk toe, zich over te geven aan de een of andere sterke neiging, die hem tenslotte tot slaaf maakt! Wat hij echter tot een sterke neiging laat worden, maakt hij daarmee tot een gouden kalf, dat hij op de hoogste plaats stelt en daarmee ook als een afgod naast zijn God, zelfs heel vaak nog boven hem!


Er zijn helaas maar al te veel van deze «sterke neigingen», die de mens voor zichzelf heeft gevormd en die hij zich in de grootste zorgeloosheid graag eigen maakt! Een sterke neiging ofwel hang is de voorliefde voor iets aards, zoals ik al zei. Daarvan bestaan er natuurlijk nog veel meer.


Wie zich echter een hang eigen maakt, die «hangt», zoals het woord al weergeeft. Hij hangt daardoor aan het grofstoffelijke, wanneer hij in het generzijdse komt voor zijn verdere ontwikkeling en kan zich daarvan niet gemakkelijk weer bevrijden, wordt dus geremd, tegengehouden! Men kan het ook een vloek noemen, die op hem blijft drukken. Het gebeuren is hetzelfde, om het even hoe het in woorden wordt uitgedrukt.


Stelt hij evenwel in zijn aards bestaan God boven alles, niet alleen in zijn voorstelling of slechts in woorden, maar in het aanvoelen, dus waar en echt, in eerbiedige liefde, die hem bindt als aan een hang, dan zal hij door deze binding volgens dezelfde uitwerking direct verder omhoogstreven, wanneer hij in het generzijdse komt; want de verering en de liefde voor God neemt hij mee, deze houden hem vast en dragen hem tenslotte naar het paradijs, het verblijf van de reine, van alle lasten bevrijde geesten, wier binding uitsluitend naar Gods lichte waarheid voert!


Let er daarom streng op, dat u zich houdt aan dit gebod. Daardoor wordt u voor vele lotsdraden van ongunstige aard behoed.



Abd-ru-shin