United Kingdom Flag
Alexander Bernhardt Publishing Company - UK
Alexander Bernhardt Publishing Company - UK
Alexander Bernhardt Publishing Company - UK
Alexander Bernhardt Publishing Company - UK
Alexander Bernhardt Publishing Company - UK
Alexander Bernhardt Publishing Company - UK
Alexander Bernhardt Publishing Company - UK
Alexander Bernhardt Publishing Company - UK
Alexander Bernhardt Publishing Company - UK
Alexander Bernhardt Publishing Company - UK
Alexander Bernhardt Publishing Company - UK
Alexander Bernhardt Publishing Company - UK
Alexander Bernhardt Publishing Company - UK
Alexander Bernhardt Publishing Company - UK
Alexander Bernhardt Publishing Company - UK

GEDACHTEN BIJ DE GRAALSBOODSCHAP




Artikel 2:

Voor veel mensen werd het werk «In het Licht der Waarheid» tot een toorts en een staf bij de vormgeving van het aardse leven.


Op welk persoonlijk inzicht valt dit te herleiden?



Zoals al in de voorgaande gedachtegang werd aangeduid, geeft het werk «In het Licht der Waarheid» antwoord op de vragen naar de zin van het leven en de verhouding van de mens tot de natuur en de schepping.


Voor de auteur van het werk «In het Licht der Waarheid» is daarbij de verheldering van het onderscheid tussen de aard van de mens en de aard van het dier een belangrijk uitgangspunt voor zijn uiteenzettingen. De auteur onderscheidt mens en dier, doordat hij de persoonlijkheid van de mens bij het geestelijke en die van het dier bij het wezenhebbende indeelt. Beide geaardheden – geestelijk en wezenhebbend – zijn wat betreft hun mogelijkheden om te handelen en dientengevolge ook wat betreft de reikwijdte van hun verantwoordelijkheid zeer verschillend. Weliswaar is bij de mens en ook bij het dier niet het lichaam, maar de ziel het uitgangspunt voor het persoonlijk-zijn; dieren hebben evenwel een wezenhebbende ziel en bij de mensen is de ziel slechts als een soort mantel voor de eigenlijke geestelijke kern te beschouwen. De eigenlijke persoonlijkheid van de mens is van geestelijke afkomst. Dit geeft de mens in vergelijking tot het dier een veel groter en breder gebied om in te handelen. De verantwoordelijkheid, waar een mens daardoor acht op moet slaan, is daarmee in overeenstemming ook vele malen groter dan die van het dier. De dierenziel incarneert volgens haar aard in een zich ontwikkelend dierenlichaam en de mensenziel, wederom ook haar aard volgend, in een zich ontwikkelend mensenlichaam.


Wanneer de aardemens beschouwd wordt vanuit het gezichtspunt van het werk «In het Licht der Waarheid», dan hebben wij enerzijds het aardse lichaam, dat in overeenstemming met de aard van zijn stof tot de aarde behoort, en anderzijds de persoonlijkheid van de mens, die van een andere, lichtere soort stof is. De persoonlijkheid van een mens verschilt altijd van die van zijn medemensen, zodat er nooit twee werkelijk gelijke aardemensen kunnen zijn.


Neemt men bij deze beschouwing de verdere uitspraken van het werk «In het Licht der Waarheid» als grondslag, dan is de persoonlijkheid van de mens – dat wil zeggen zijn geestelijke kern – geen onderdeel van de aarde. De geestelijke kern ofwel de geestelijke mens is een geheel eigen geaardheid, die zo verschillend van de aard van de materie van de aarde is, dat zij door materiële instrumenten gemeten noch begrepen kan worden. Niettemin kan een mens op veel momenten zijn in wezen geestelijke geaardheid dan wel de geestelijke kern bij zichzelf of ook bij de medemens waarnemen. Wanneer men van hieruit verder denkend tot de erkenning van de daadwerkelijke aanwezigheid van de geestelijke persoonlijkheid is gekomen, dan roept dit de vraag op: waar komt dit geestelijke vandaan en waarom incarneert het in de aardemens?


Het werk «In het Licht der Waarheid» wijst erop, dat de geestelijke persoonlijkheid uit haar geestelijke vaderland is weggegaan, om met behulp van het aardse lichaam op de meest uiteenlopende wijzen actief te worden en, daarmee ervaring opdoend, zelf een grotere en hogere rijpheid te bereiken. Op het hoogtepunt van een op zulke wijze te bereiken rijpheid keert de geestelijke persoonlijkheid in het vaderland terug, om dan het verkregene in het geestelijke gebied tot uitdrukking te brengen.


Bij het als grondslag nemen van deze zichtwijze volgt daaruit weer de gedachte dat zowel de ontwikkelingsweg van de geestelijke persoonlijkheid als ook het aardse leven zelf zich voltrekken volgens de voorwaarden van een ontwikkelingsmaatstaf. Deze maatstaf noemt de auteur in zijn werk «de scheppingswetten», die ook als uitdrukking van de wil van de schepper kunnen worden aangeduid.


De aanvaarding van de scheppingswetten, waaraan zowel al het materiële als ook al het niet-materiële onderworpen zijn, leidt in een logisch vervolg onvermijdelijk ook tot het aanvaarden van de schepper, uit wiens wil deze wetten voortkomen.


Voor het materiële bestaat ook de benaming «dezerzijds» en voor het niet-materiële de benaming «generzijds». Beide geaardheden – dezerzijds en generzijds – zijn in de mens verenigd; en beide behoren zij tot de schepping, die uit de wil van God werd gevormd.


Alles, wat wij als materie waarnemen, bijvoorbeeld de lichtgevende en verwarmende stralen van de zon, de cirkelende bewegingen van de planeten evenals al het andere, dat een beweging of straling vertoont, valt onder de werking van de scheppingswetten en ontvangt de kracht voor zijn beweging of straling uit de uitstraling van de schepper. Zodoende bevindt zich ook al het voor de mens bepalende, of het nu in het dezerzijds of het generzijds is, steeds in een afhankelijkheid van de schepper en moet zich in diens wetten invoegen. Gebeurt zulk een invoegen niet of slechts ten dele, dan komt het tot botsingen met de scheppingswetten, waaruit voor de mens die het betreft altijd schade moet voortkomen.


Voor menig lezer van het werk «In het Licht der Waarheid» ontstaat door het intensieve zich bezighouden met de daarin staande uitspraken een steeds helderder en duidelijker wordend beeld van de schepper en diens wil als scheppingswet. Een voorwaarde hiervoor is evenwel het persoonlijk inzicht, dat het bestaan van de mens zich niet tot één aards mensenleven beperkt en dat de mens een deel van de schepping is. Daarbij is het absoluut noodzakelijk, de in de schepping werkende wetten te erkennen en te aanvaarden en ook zichzelf met alle toewijding in de wil van schepper in te voegen. Bij dit proces verkrijgt de betreffende mens bovendien ook inzicht in het diepe waarheidsgehalte van de verschillende religieuze overleveringen, dat een begrijpen van God steeds sterker laat groeien.


Het werk «In het Licht der Waarheid» geeft zowel de mens, die de uitspraken uitsluitend met het oog op de verstandelijk te bevatten dingen van de aardse wereld wil beschouwen, als ook degene, die daar bovenuit ook met zijn geestelijke geaardheid de uitspraken van dit unieke werk tracht te begrijpen, een overvloed aan antwoorden. Vanuit het laatste groeit bij zijn zoeken ook het inzicht, waarom het werk «In het Licht der Waarheid» de ondertitel «Graalsboodschap» draagt. Ook de betekenis van de auteursnaam «Abd-ru-shin» vindt daarin zijn verklaring. Voor lezers, die in het werk «In het Licht der Waarheid» voor zichzelf een doelgerichte zin van het leven hebben gevonden, werd dit werk tot toorts en tot staf bij de vormgeving van het aardse leven, waardoor zij ook hun verdere generzijdse weg mede bepalen.


Bij zulke mensen ontstaat meestal ook een sterke drang, de schepper te eren en hem te danken. Daarbij ligt het voor de hand, dat deze mensen bijeenkomen, om gezamenlijk in aandacht de schepper te prijzen. Bij een zo hoge en diepe innerlijke behoefte om te danken, te eren en te prijzen is het begrijpelijk, dat dit slechts in besloten ruimten plaatsvindt.


Zulke ruimten voor wijdingsuren zijn slechts toegankelijk voor personen, bij wie in een daaraan voorafgaand gesprek de voorwaarden daarvoor aanwezig bleken te zijn.


Het gebeuren van het danken, eren en prijzen is iets zeer persoonlijks, dat uit de binnenste geestelijke persoonlijkheid naar buiten dringt, maar daarbij geen enkele rituele uitdrukkingsvorm nastreeft.


De lezer van het werk «In het Licht der Waarheid», die door dit werk een wegwijzer verkreeg, die voor hem tot toorts en staf werd voor de ontwikkeling van zijn geestelijke persoonlijkheid, voelt in zich het werkelijk grote verlangen, bij de vormgeving van zijn weg op aarde harmoniserend en veredelend op zijn omgeving te werken.


Siegfried Bernhardt