United Kingdom Flag
Alexander Bernhardt Publishing Company - UK
Alexander Bernhardt Publishing Company - UK
Alexander Bernhardt Publishing Company - UK
Alexander Bernhardt Publishing Company - UK
Alexander Bernhardt Publishing Company - UK
Alexander Bernhardt Publishing Company - UK
Alexander Bernhardt Publishing Company - UK
Alexander Bernhardt Publishing Company - UK
Alexander Bernhardt Publishing Company - UK
Alexander Bernhardt Publishing Company - UK
Alexander Bernhardt Publishing Company - UK
Alexander Bernhardt Publishing Company - UK
Alexander Bernhardt Publishing Company - UK
Alexander Bernhardt Publishing Company - UK
Alexander Bernhardt Publishing Company - UK

GEDACHTEN BIJ DE GRAALSBOODSCHAP




Artikel 4:

De weg naar God verbindt het dezerzijdse met het generzijdse



Het verlangen van een mens, om na de aardse dood te mogen opstijgen naar het paradijs, berust op de voorstelling die hij van God en zijn schepping heeft. Ieder echt verlangen leidt daarbij ook tot een voortdurend onderzoek naar het mens-zijn en de zin van het leven op aarde. Het leven op aarde vraagt veel van de mens en houdt daardoor zijn aandacht bij het materiële. Daarnaast zijn er echter van tijd tot tijd ook ogenblikken, waarop een waarnemen van de eigen innerlijke geaardheid in hem ontwaakt, die – vrij van al het aardse – naar hogere en daarmee generzijdse doelen streeft. De weg naar God verbindt voor de mens het dezerzijdse en het generzijdse tot één wereld. Het bevatten van dit feit leidt tot een bewustzijn dat meer verheven is en versterkt de drang om naar dit paradijs toe te mogen streven.


De eigenlijke persoonlijkheid van een mens is zijn geest. Deze geest wordt omsloten door een vorm, die met «ziel» wordt aangeduid. Zowel de geestelijke persoonlijkheid als haar zielelichaam kan als iets «generzijds» worden aangeduid. Het gebeuren van de incarnatie, waarbij de ziel een zich ontwikkelend aards lichaam in bezit neemt, maakt de intrede mogelijk vanuit het generzijdse in het dezerzijdse. Daardoor verkrijgt het betreffende aardse lichaam zijn eigen, persoonlijke leven. Dit geldt evenwel slechts voor een bepaalde tijd, daar ieder aards lichaam is onderworpen aan de natuurwet van het ontstaan en weer vergaan. Voor een ziel is het leven op aarde een heel bijzondere periode van beleven, waarin de in haar verblijvende geestelijke persoonlijkheid de mogelijkheid is gegeven om haar bewustzijn te verruimen. Het inzien van goed of kwaad, van het lichte of het duistere evenals ook van het bevrijdende of bindende leidt hierbij tot bepalende indrukken. Waar de aardemens door zijn willen ook maar naar streeft, krijgt invloed op hem en verlicht of belast zijn zielelichaam evenals zijn geestelijke persoonlijkheid.


Gedurende de periode, waarin de ziel een aards lichaam bewoont en daardoor hieraan een levend bestaan geeft, draagt zij de verantwoording voor alle woorden, alle daden en ook alle gedachten, die van dit aardse lichaam uitgaan. Geheel naar de mate, waarin hierbij de bestaande wetten van de Schepper worden eerbiedigd of veronachtzaamd, wordt haar verdere lot gevormd.


De mensen afzonderlijk – en ook hele volkeren – veronachtzaamden al lang geleden in hun wilsbesluiten de wetten van God, waardoor zij zichzelf toenemend met schuld belaadden. Daaruit groeide het gevaar, dat de mensheid in steeds duisterdere geestelijke afgronden naar omlaag moest glijden.


Om een dergelijk naar beneden glijden tegen te houden, kwam de Godszoon Jezus naar de aarde en wees de mensheid door zijn verklaringen over het werken van de wetten van God de weg tot omkeer en daarmee de weg omhoog, het paradijs tegemoet. Net als eerder wordt echter aan veel, dat Jezus Christus de mensheid trachtte uit te leggen, nauwelijks aandacht geschonken in het denken en handelen van de mensen op aarde.


Het werk «In het Licht der Waarheid», Graalsboodschap van Abd-ru-shin, biedt in verklarende woorden een belichting van al datgene, wat Jezus Christus destijds als brenger van goddelijke waarheid gaf aan de mensen op aarde. Voor het omhoogstijgen van de ziel naar het paradijs moet de mens op aarde zijn levensweg zo vormgeven, dat deze in harmonie met de goddelijke en natuurwetten loopt. Daartoe zijn de uitspraken van de Graalsboodschap een verhelderende wegwijzer.


Siegfried Bernhardt